Zuid-Tirol (Prov.)

Bezocht in juli 2018

Zuid-Tirolis de noordelijkste autonome provincie van Italië, onderdeel van de autonome regio Trentino-Zuid-Tirol. De provincie heeft een oppervlakte van 7400 km². De provinciale hoofdstad is Bolzano (Duits: Bozen; Ladinisch: Bulsan).

geen eigen foto.

Zuid-Tirol

(provincie)

Geschiedenis.

Onder het fascistische bewind van Mussolini voerde Italië een onderdrukkende italianiseringspolitiek om het gebied volledig te assimileren. Vanaf 1923 werd het Duits uit het openbare leven verbannen en Duitse plaatsnamen werden vervangen door Italiaanse. De naam Tirol werd verboden en vervangen door Alto Adige. Ook werd een begin gemaakt met het italianiseren van de Duitse achternamen, waarbij zelfs op grafstenen de inschriften veranderd werden. Tevens kwam er een grootschalige immigratie op gang van Italianen uit andere gebieden naar met name de steden, om de oorspronkelijke bevolking in aantal te overtreffen.(Wikipedia)

Het gebied is net als het Oostenrijkse Tirol

uitermate bergachtig, namelijk

gelegen in de Dolomieten.

De voornaamste rivieren zijn

de Etsch (Adige) en de Eisack (Isarco).

De belangrijkste steden in de provincie

zijn behalve de hoofdstad: Meran (Merano) ,

Brixen (Bressanone) en Leifers (Laives). De, qua oppervlakte, grootste gemeente van Zuid-Tirol is Sarntal, met een oppervlakte 302,5 km².

  Ligging

Zuid-Tirol grenst aan de Italiaanse provincies Trente (waarmee het de regio Trentino-Zuid-Tirol vormt), Sondrio (regio Lombardije) en Belluno (regio Veneto). Tevens grenst Zuid-Tirol aan de Oostenrijkse deelstaten Tirol (zowel het noordelijk als oostelijk deel) en Salzburg en het Zwitserse kanton Graubünden

  Reliëf

In Zuid-Tirol liggen de zuidelijke Alpen, of, zoals ook wel genoemd, de Dolomieten, de Italiaanse uitlopers van de Alpen. De hoogste bergen liggen voornamelijk rondom, op of aan de grenzen van Zuid-Tirol en vormen zo een natuurlijke scheiding tot Noord-Tirol.

Zuid-Tirol maakt deel uit van de Euregio Tirol-Zuid-Tirol-Trentino.

Het was de hoop van de Zuid-Tirolers dat Adolf Hitler met de annexatie van Oostenrijk ook Zuid-Tirol zou terugeisen onder het motto Heim ins Reich, zoals ook met het Sudetenland zou gebeuren. Machtspolitiek woog in dit geval echter zwaarder dan nationale idealen, want als dank voor de Italiaanse steun bij de annexatie van Oostenrijk (maart 1938, "Duce, das werde ich Ihnen nie vergessen"), sloten Hitler en Mussolini een akkoord waarbij de Zuid-Tirolers voor de keuze werden geplaatst om de Duitse nationaliteit te bevestigen en als consequentie te emigreren naar het Duitse Rijk (Option), of zich volledig als Italianen te assimileren en afstand te doen van alle culturele rechten. Onder deze druk koos 86% voor vertrek. Uiteindelijk vertrokken ca. 75.000 mensen naar gebieden in Duitsland en Oostenrijk. Verdere emigratie werd door het oorlogsverloop opgehouden. Degenen die vertrokken waren, mochten na 1945 niet terugkeren, totdat internationale druk Italië dwong onder bepaalde omstandigheden remigratie toe te staan. Ongeveer een derde van hen maakte daarvangebruik.(Wikipedia)

Italië probeerde ook na de Tweede Wereldoorlog het gebied onder controle te houden. Een massaal petitionnement van de Zuid-Tirolers om zich bij Oostenrijk te mogen aansluiten, werd door de geallieerden genegeerd. In de in 1947 gesloten Vrede van Parijs werden de rechten van de Duitstaligen in Zuid-Tirol weliswaar verbeterd — tenminste op papier — door het bezegelen van de één jaar eerder gesloten overeenkomst tussen de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken Karl Gruber en de Italiaanse premier Alcide De Gasperi. Maar de afgesproken autonomie ging gelden voor de provincies Trentino en Zuid-Tirol gezamenlijk, in de regio Trentino-Zuid-Tirol, waar de Italiaanstaligen in de meerderheid waren, en waar de Duitstaligen op bestuursniveau een minderheid bleven. De afspraken overeengekomen in het autonomiestatuut werden niet omgezet in wetgeving en door de bestuurders tegengewerkt. Tienduizenden arbeiders uit de zuidelijke provincies van Italië emigreerden naar Zuid-Tirol om in, door de overheid gesubsidieerde, nieuwe industrievestigingen werk te vinden. De provinciale hoofdstad Bozen (Bolzano) kreeg daardoor een in meerderheid Italiaanse bevolking. In de andere steden gingen de Italiaanse immigranten grote minderheden vormen.(Wikipedia)

Ondanks de autonomie pleit een grote groep Duits- en Ladinischtaligen nog steeds voor afscheiding van Italië. Ook het gebruik van de verzonnen en na annexatie opgelegde Italiaanse plaatsnamen en de aanwezigheid van symbolen en namen die aan de annexatie herinneren ligt bij velen nog steeds gevoelig. Het veranderen van deze namen is een competentie van de provincie, die in overeenstemming met het autonomiestatuut echter verplicht blijft tot tweetaligheid.



De spanningen tussen de Zuid-Tirolers en de Italianen liepen hierdoor steeds verder op. In 1961 resulteerde dit in aanslagen van de radicale Befreiungsausschuss Südtirol op een standbeeld van Mussolini en het geboortehuis van de nationalist Ettore Tolomei, vóór 1919 de grote propagandist van de annexatie, in Feuernachten door het opblazen van een groot aantal elektriciteitsmasten. De Italiaanse politie en justitie traden vervolgens hard op: vele activisten kregen lange gevangenisstraffen of werden gemarteld. Twee activisten stierven aan de gevolgen van de martelingen.


Onder druk van Oostenrijk en de internationale opinie werd Italië uiteindelijk gedwongen de autonomie te verschuiven van de regio Trentino-Zuid-Tirol naar de provincie Zuid-Tirol, waar de Duitstaligen de meerderheid vormden en hun eigen beleid konden voeren. In 2001 is deze autonomie nog verder uitgebreid, waardoor haar zwaartepunt vandaag de dag volledig bij de provincie ligt. Ook de provincie Trente profiteert hiervan. De Italiaanstalige minderheid in Zuid-Tirol zag echter haar bevoorrechte positie verdwijnen en sinds de jaren zestig kozen velen er dan ook voor weer te vertrekken uit het gebied, waardoor het aandeel Italiaanstaligen geleidelijk afneemt. De Ladinische bevolking profiteert in hun dorpen van de autonomie, doordat nu ook de Ladinische taal en cultuur als bestuurs- en onderwijstaal erkend worden.

In aanbouw